Roelf Steenhuis vertelt

Bij een van mijn eerste opdrachten, de verbouwing van een keuken, vroeg ik in verband met de lade-indeling aan de opdrachtgevers hoeveel kruidenpotjes of zakjes er zo ongeveer in zouden moeten. Zo’n praktische, wel erg gedetailleerde vraag hadden ze echt niet verwacht: Ze wilden van mij als jonge, ambitieuze architect met de Maaskantprijs vooral een prachtige keuken. Hoezo dan kruidenpotjes?
Toch overkomt ons dit met zekere regelmaat: Wij gaan vaak aan de slag vanuit een praktische, inventariserende kant. Terwijl de opdrachtgever van de architect graag een ‘idee’ of ‘concept’ verwacht: Een mooi verhaal dat de investering voor vrienden en familie uit te leggen maakt.

Maatpak en overall tegelijk
Maar is het ontwerp het resultaat van praktische vragen en oplossingen? Het verhaal dat van een echte architect een ‘maatpak’ is te verwachten klinkt immers chique. Zo zijn we eens door een jong stel in Groningen gevraagd hun woonhuis te ontwerpen. Ze hadden een heel eigen, specifieke leefstijl: beiden wetenschappers met intrigerende specialisaties. Hij wilde een werkkamer ‘in een toren’, met uitzicht op de lucht; zij wilde haar werkkamer aan de tuin. Ze hielden van koken voor veel vrienden, van muziek, en ze reden in een grote Amerikaanse bak. De gekozen plek voor het huis had lastige beperkingen. Al met al prachtige randvoorwaarden voor een zeer specifiek, ‘eigen’ huis. Maar het proces kostte tijd: het ontwerp, de aanbesteding, de bouw. En toen het huis gebouwd was, waren ook de randvoorwaarden ingrijpend gewijzigd: Zo waren er ineens twee kinderen en was de auto verkocht. Een huis als maatpak zou stevig zijn gaan knellen.
Het is allemaal beperkt voorspelbaar en dus moet een huis ook een zekere losheid hebben: het is maatpak en overall tegelijk, en moet lekker zitten als een paar oude schoenen.
Onlangs hebben we een woonhuis voor een gezin met kleine kinderen in Delfgauw opgeleverd. In deze fase functioneert het gezin sterk samenhangend, en het huis dus ook. Maar over niet al te lange tijd zal de oudste naar de middelbare school gaan, en zijn eigen weg willen zoeken, zonder dat dit de anderen in het gezin stoort. Over tien tot vijftien jaar zijn de kinderen wellicht uit huis. Nu lijkt het mijlenver weg, maar in de, trage, termen van gebouwen is dat zeer nabij.

Confectie
Bij veel van onze projecten werken wij in opdracht van woningcorporaties of projectontwikkelaars. Je overlegt als architect dan niet met de uiteindelijke bewoners; er wordt een product verwacht dat ongeveer past bij de gemiddelde vraag. En dan?
In de beginjaren van het bureau, de vroege jaren ’90, hadden veel woningcorporaties nog een idealistische achtergrond, verbonden aan zuil van socialisme of kerk. Soms was het een onprofessioneel rommeltje, maar er waren ook veel corporaties doordrenkt van idealisme, met een geïnspireerde directeur die zijn bewoners bij naam kende, stevig ingebed in de locale situatie, en van mening dat de corporatie moest bijdragen aan de emancipatie van het wonen.
Wij werden aangestoken door het enthousiasme van deze geïnspireerde opdrachtgevers, en waren onder de indruk van hun vermogen veranderingen te bewerkstelligen. Tegelijkertijd werden wij ook sterk gestimuleerd om tot vernieuwingen te komen. Het waren vaak heel inspirerende processen die tot prachtige plannen hebben geleid. Het plan Corpus Den Hoorn in Groningen is een voorbeeld van zo´n project uit de tijd van de stadsvernieuwing begin jaren ´90.

Buurt en betrokkenheid
Ook zonder betrokken bewoners of geïnspireerde opdrachtgever kunnen goede plannen ontstaan. Zoals wij de bewoner niet kennen, zo kent de toekomstige bewoner zijn woning nog niet. Is de woning dan voor die bewoner een anonieme plek met vierkante meters, of kan het meer zijn?
Voor ons is het altijd cruciaal dat een woning onderdeel is van een bepaalde woonomgeving. Je woont niet alleen in een woning, maar ook in een buurt. Woning en buurt horen bij elkaar. Die verbinding kan schuilen in compositie en beeld, zodat het een samenhangend geheel is in de stedenbouw, maar ook in de specifieke relatie van de woningplattegrond met buiten.
Midden jaren ‘90 wonnen we de prijsvraag voor het voormalige Waterzuiveringcomplex-West in Amsterdam-Slotervaart. De nieuwe buurt is eenvoudig van opzet geworden: Straten die zich oriënteren op het landschap langs de randen, een doorgaande loop-fietsverbinding naar de Sloterplas, differentiatie in woningtypen en een mooi samenhangend beeld. Nog jaren na de realisatie werden wij door bewoners benaderd als ze iets aan hun huis wilden veranderen. Kennelijk was er sprake van een groot gevoel van verbondenheid tussen de bewoners en hun nieuwe wijk.

Betrokkenheid architect
Ons bureau is betrokken bij een aantal herstructureringsopgaven in voor- en naoorlogse wijken, waaronder enkele ‘krachtwijken’. De verbetering van woningen en woonomgeving is daar onderdeel van een breder plan om te voorkomen dat deze buurten afglijden. Kwesties als sloop en nieuwbouw kunnen zeer stevig ingrijpen op het leven van de huidige bewoners.
Zo ontwierpen we een woongroep voor Turkse ouderen in het Oude Noorden in Rotterdam. Na een leven van hard werken willen zij graag een meer beschermde oude dag in een vertrouwde omgeving. Rotterdam is de stad van heftige politieke bewegingen, en de oorspronkelijke bewoners zijn stevig gefrustreerd over de ‘oude politiek’. Dat komt vooral tot uiting in deze krachtwijken. Ondanks de weerstand van de ‘oude bewoners’ steunt de corporatie het Turkse initiatief, met heftige buurtinspraakavonden als gevolg. Als architect zit je op de voorste rij in de maatschappelijke discussie.

Distantie architect
In hetzelfde Rotterdam zijn we betrokken bij een bestuurlijk probleem. In een meer dorpse situatie was per abuis een bouwvergunning afgegeven voor een toren van elf verdiepingen. De omwonenden kwamen in opstand. De verwijten aan het adres van het deelgemeentebestuur waren niet mals. Bovendien weten de bewoners goed de weg in juristerij en procedures. Wij werden gevraagd te bemiddelen tussen de centrale gemeente, de deelgemeente, de bewoners en de ontwikkelaar. Op een aantal avonden, waarop de heftigheid van de discussies langzaam afnam, ontvouwden we eerst een analyse van het gebied en de situatie om vervolgens tot nieuwe voorstellen te komen. We moesten laveren tussen haalbaarheid en de wensen van de buurt. Ook moest de rust terugkeren in de relatie tussen de burger en het bestuur. In een dergelijke verhitte situatie vergt het proces naast betrokkenheid - de wil om het probleem op te lossen - ook de nodige distantie: Het is dan zoeken naar manoeuvreerruimte om tot een goed resultaat te komen.

Onder de mensen
Op informatieavonden voor aanstaande bewoners vertellen wij graag ons verhaal. De sfeer op zo’n avond is verwachtingsvol: De kopers zien uit naar hun nieuwe huis, ze ontmoeten hun nieuwe buren, ze willen alles weten van betalingschema’s, opleverdata en bezoeken aan de bouw. Omdat ze het huis al hebben gekocht, is een toelichting op het ontwerp door de architect feitelijk een toegift, maar toch ook een feestelijk onderdeel van de avond: De architect motiveert nog eens deskundig en uitgebreid waarom ze zo’n goede woning gekocht hebben.
We stellen contact met de bewoners nadat ze een tijd in hun huis gewoond hebben ook zeer op prijs. Ze vertellen dan hoe ze het huis gebruiken en zijn vaak ongezouten in hun kritiek. Vaak kunnen we iets met die kritiek. Kritiek is voor ons leerzaam en het houdt ons scherp. Maar het praten over een gebouw waar we zo lang aan gewerkt hebben, ervaren we ook gewoon als leuk, prikkelend en zinvol.

Roelf Steenhuis